yvonne's columns en kinderverhaaltjes

Tippeltje de mier

Tippeltje de mier en Wiebe de wasbeer,

 

Het is een witte wereld in het Toverhazelaar bos.

Het heeft vannacht gesneeuwd en alles is bedekt met een dikke laag sneeuw.

Wat zullen onze vriendjes straks opkijken als ze wakker worden.

Eén bosbewoner is al wakker, zullen we eens gaan kijken wie dat is…??

 

“Zucht, kreun, hé he’ jaaaa het is gelukt, eindelijk” roept Wiebe de wasbeer uit.

Hij doet een paar stapjes naar achteren om zijn kunstwerk wat beter te kunnen bekijken.

Wiebe wrijft met zijn pootje langs zijn snuitje en laat een spoor van witte sneeuw achter.

“Ik mis nog iets” zegt hij dan hardop. Maar wat? Aaaahhh ik weet het al, ja ik weet het.

Ik mis nog een neus. Een sneeuwpop heeft altijd een wortel als neus.

Snel rent Wiebe naar binnen en sluipt op zijn tenen naar de keuken.

Hij wilt uiteraard niet zijn vader en moeder en zijn broertjes en zusjes wakker maken.

Hij is vanmorgen al heel vroeg het hol uitgeglipt en is meteen begonnen met het maken van een sneeuwpop. En met de oude hoed van opa, een paar knopen uit het naaikistje van mama en

met de oude sjaal van papa heeft hij de sneeuwpop prachtig aangekleed. Van de twee takken die hij in het bos heeft gevonden heeft hij armen voor de sneeuwpop gemaakt.

Wiebe rent terug naar buiten en drukt de peen in de sneeuwpop.

“Ja nu is hij echt helemaal af” zegt Wiebe blij en klapt in zijn pootjes.

Wiebe heeft de sneeuwpop op zijn slee gezet zodat hij de sneeuwpop overal mee naar toe kan nemen.

Wiebe geeft de slee een zetje en gaat er als een haas en wind vandoor. “Joehoeeeeee” gilt hij van plezier, en al snel is hij uit het zicht verdwenen.

 

Een stukje verderop in het bos trekt Tippeltje de mier zijn rode regenlaarsjes aan en stapt naar buiten.

“Oohh wat is sneeuw toch altijd mooi” zegt Tippeltje met een diepe zucht.

Tippeltje doet nog een stapje maar zakt dan pardoes helemaal tot aan zijn kleine kopje in de sneeuw.

“Help” schreeuwt hij van kou en schrik. Op dat moment schept een grote witte poot hem uit de sneeuw en kijken twee grote donkere ogen hem lachend van plezier aan. “Héé kleine Tippelmans, je lijkt wel een mini sneeuwpop” Het is Simba de ijsbeer, Tippeltjes beste vriend.

“Alle me nootjes nog aan toe, elke keer als het gesneeuwd heeft vergeet ik weer dat ik veels te klein ben om erdoor heen te kunnen lopen” zegt Tippeltje geschrokken en klopt snel alle sneeuw van zich af.

“Zin om met mij een wandelingetje te maken door de sneeuw” vraagt Simba aan Tippeltje?

“Goed idee” zegt Tippeltje en hij klimt voorzichtig op de schouder van Simba.

 

Een eindje verderop sjeest Wiebe nog steeds met zijn slee door het bos. Door de grote sneeuwpop ziet hij niet goed waar hij rijd en soms gaat het maar net goed en mist hij op een haar na een boom of een struik.

“We kunnen nog harder Meneer sneeuwman” gilt Wiebe van plezier en hij zet nog een keer af met zijn poot. Harder en harder glijd de slee door de gladde sneeuw.

Wat Wiebe niet weet is dat Simba en Tippeltje nietsvermoedend net voorbij de volgende bocht aan komen lopen.

“Jipieeeeeeee” gilt Wiebe en hij sjeest de bocht om. Simba die door zijn witte vacht bijna niet te zien is in de witte sneeuw schrikt zich een ongeluk en springt met een gil opzij. Hij zwaait met zijn grote poot naar Wiebe en roept: “Héééé snotneus kun je niet uitkijken, je rijd ons bijna omver!!”

Als ik je nog een keer tegenkom met je rare sneeuwpop slee dan ram ik je er met je kop door heen.

“ Sorry” schreeuwt Wiebe en hij sjeest zo hard als hij kan door, bang voor een pak rammel van die grote ijsbeer.

“Alle me nootjes nog aan toe, dat ging maar net goed” zegt Tippeltje geschrokken.

“Deugnieten zijn het die wasberen” zegt Simba nog steeds boos. Gelukkig komen we ze overdag niet vaak tegen.

 

 

De avond valt in het Toverhazelaar bos. Alle dieren maken zich klaar om te gaan slapen.

Wiebe zet zijn slee met Meneer sneeuwman erop vlak naast de ingang van zijn hol.

Hij zet zijn hoed recht, trekt zijn sjaal recht en geeft hem nog een stevige knuffel.

“Jij en ik zijn echte vrienden hé Meneer sneeuwman” zegt Wiebe zachtjes tegen de sneeuwpop.

“Ja dat zijn we zeker Wiebe” zegt Wiebe met een zware stem, net alsof de sneeuwpop echt kan praten.

Wiebe zwaait nog een keer naar zijn vriend en glipt dan stilletjes zijn hol binnen.

Hij is bang voor een pak rammel van zijn vader omdat hij de hele dag op pad is geweest.

Die nacht droomt Wiebe van zijn avonturen met Meneer sneeuwman. Hoe ze samen door het bos sjeesden en bijna Simba en Tippeltje omver reden.

Hoe ze samen van een hoge helling gleden en over het dichtgevroren meer.

Wiebe glimlacht zelfs in zijn slaap……

 

De volgende morgen word Wiebe alweer vroeg wakker en rent meteen naar buiten.

“We gaan weer op avontuur Meneer sneeuwman” roept Wiebe als hij naar buiten rent.

Maar dan blijft hij opeens stok stijf staan. Op de slee waar de vorige dag Meneer sneeuwman stond ligt nu alleen nog een zielig hoopje natte sneeuw, de knopen, de sjaal en de hoed liggen er naast in een flinke plas met water. Wiebe kijkt om zich heen.

De sneeuw is zo goed als weg. Overal liggen plassen water en hier en daar ligt nog wat natte sneeuw. Die nacht is het in het Toverhazelaar bos flink gaan dooien. Geen witte wereld meer, en ook geen Meneer sneeuwman meer.

Wiebe gaat op zijn knietjes zitten bij de restjes van Meneer sneeuwman en begint hartverscheurend te huilen.

En dat gaat zo de hele dag door. Wiebe kan van verdriet niet eens meer eten.

Steeds dieper het bos in horen de bos dieren van het verdriet van Wiebe om zijn vriendje de sneeuwman.

Zo ook Simba en Tippeltje.

Tippeltje die onmiddellijk medelijden heeft met Wiebe krijgt meteen een super goed idee.

Hij vraagt aan Benjamin de bever die heel handig is met hout om voor Wiebe een sneeuwman van hout te maken.

 

De volgende dag gaan Simba, Tippeltje en Benjamin de bever op pad naar het hol van Wiebe.

Voor het hol staat de nu lege slee. Simba die héél sterk is tilt de houten sneeuwman op de slee.

“Ziezo die staat” zegt Simba met een diepe zucht. Nu maar eens kijken wat die kleine snotneus er van vind.

Zachtjes kloppen ze op de deur van het hol van Wiebe.

Als Wiebe de deur open doet ziet hij de drie vriendjes staan en laat hij zijn kop hangen.

“Het spijt me dat ik jullie bijna omver reed met de slee” zegt Wiebe zachtjes. Het zal niet meer gebeuren.

Het kan ook niet meer kunnen gebeuren want mijn vriend de sneeuwman is gesmolten.

Wiebe slaat zijn beide pootjes voor zijn snuit en barst weer in snikken uit.

“Simba slaat zijn grote poot om de kleine wasbeer heen en zegt: “Kom eens even kijken kleine snotneus”.

Verbaasd loopt Wiebe met Simba mee naar buiten. Als hij de houten sneeuwman ziet op de slee barst hij in lachen uit.

“Ooo hij is te gek” zegt Wiebe telkens weer en hij danst om de slee heen.

Hij raapt de hoed op van de grond en zet hem op het hoofd van de sneeuwman. De oude sjaal bint hij om zijn nek.

“Dank jullie wel” zegt Wiebe lachend en geeft dan de slee een flinke duw en sjeest er als een haas en wind vandoor.

De drie vriendjes kijken hem lachend na. “Dat word oppassen geblazen” zegt Benjamin de bever met een glimlach. Voor je het weet word je weer omver gereden.

De drie vriendjes lopen voorzichtig terug naar hun huisjes verderop in het Toverhazelaar bos. Af en toe wel héééél voorzichtig over hun schouders kijkend of Wiebe niet aan komt gesjeesd met zijn sneeuwman slee…..

 

Zo zie je maar, dat je soms meer vrienden hebt dan je zelf denkt.

 

Dag Tippeltje de mier, dag Wiebe de wasbeer, tot de volgende keer….!!